Het Frankische geslacht der Merovingen, dat van de vijfde tot halverwege de achtste eeuw grote delen van West-Europa overheerste, is onlosmakelijk verbonden met de Franse geschiedenis en het Franse zelfbeeld. Aan het einde der late oudheid bracht dit geslacht allengs voormalig Romeins gebied onder diens gezag en wie bekend is met dit tijdperk zal ongetwijfeld onder anderen al eens gehoord hebben van de koningen Merovechus, Clovis en Dagobertus.
De scherpzinnige onder u zal duivels goed weten dat het hier uiteindelijk om Germaanse namen gaat, hetgeen niet hoeft te verbazen daar dit geslacht eigenlijk uit de Nederlanden stamt, waarin een Germaanssprekend stammenverbond vanaf de vierde eeuw diens intrek neemt; de Franken.
In de loop der tijd zullen deze Franken, inzonderheid de Sellen, zich vanuit hun toenmalige hoofdstad Doornik echter zuidwaarts uitbreiden en uiteindelijk over heel Gallië komen te heersen.
De Merovingen zullen aanvankelijk nog lange tijd het Oudnederlands, of een vorm ervan, gesproken hebben niettegenstaande zij algauw over een grotendeels Romaanstalige bevolking kwamen te heersen, gewis wat betreft Gallië.
Schril
Dat we voor dit aanzienlijke geslacht in onze eigen geschiedschrijving zulke oneigen vormen hebben aangenomen is intriest, ofschoon deze Frankische koningen uiteraard Germaanse namen dragen die zo bekend in de oren zouden moeten klinken als Geert of Bert. Daarentegen zou men niet van Merovechus, Clovis en Dagobertus moeten spreken, maar juist van Marwig, Loedwig en Dagbert. Niettegenstaande het ouderwets zal klinken bij het voor het eerst lezen van deze namen in hun klankwettige Nederlandse vorm, is het geenszins vreemd.
Bourgondische Hertogen
Kijken we naar andere figuren uit de latere geschiedenis, bijvoorbeeld de Bourgondische Tijd (1384–1482), dan zullen namen als Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede en Karel de Stoute u bekender in de oren klinken dan Philippe le Hardi, Jean sans Peur, Philippe le Bon en Charles le Hardi. En dat hoeft ook niet te verbazen aangezien de Franstalige hertogen over volkrijke Nederlandstalige gebieden heersten, in welken deze in oorsprong Griekse, Joodse en Germaanse namen die zij droegen eveneens in wijde omloop waren en nu nog steeds.
Vernederlandsing
Maar goed, we keren terug naar ons onderwerp; Marwigs geslacht. Net als de meeste Germanen in die tijd droegen de telgen dezes geslachts doorgaans tweestammige namen, hierrond bestond een rijke noemkunst die tegen dan al duizenden jaren oud was en vloeide een nog rijkere namenschat voort. Vele van deze namen zijn in onze taal in de vergetelheid geraakt, maar de taalkundige van Renswoude heeft vele van deze namen afgestoft en nieuw leven ingeblazen waardoor we nu weten hoe de namen der Merovingische koningen, en eigenlijk ook de latere Karolingische koningen, luiden in het Nederlands hadden zij de tand des tijds doorstaan. Onder enkele vaak voorkomende Merovingische koningsnamen:
| Gereconstrueerd Oudnederlands | Geromaniseerde vorm in Latijnse bronnen | Ontleende vorm in het Nederlands | Klankwettig Nederlands |
|---|---|---|---|
| Heriberht | Chariberthus | Charibert | Herbrecht/Herbert |
| Hildiberht | Childeberthus | Childebert | Hildebrecht/Hilbert |
| Hildirík | Childericus | Childerik | Hilderik |
| Helprík | Chilpericus | Chilperik | Helperik |
| Hlóthmár | Chlodomeris | Chlodomer | Lodmar/Loemer |
| Hlóthwih | Chlodovechus | Clovis | Loedwig |
| Hlóthheri | Clothacharius/Chlotharius | Chlothar | Loeter |
| Dagaberht | Dagobertus | Dagobert | Dagebrecht/Dagbert |
| Gundhram | Gunthchramnus | Guntram | Gonderam |
| Márwih | Merovechus | Merovech | Marwig |
| Sigiberht | Sigiberthus/Sigyberthus | Sigebert | Segebrecht/Segebert |
| Theodbald | Theodobaldus | Dieboud | |
| Theodwald | Theudoaldus/Theodovaldus | Theudowald | Diedoud |
| Theodberht | Theudoberthus | Theudebert | Diebrecht/Diebert |
| Theodrík | Theudoricus | Theuderik | Diederik/Dirk |
Dus laat ons in het toekomende spreken van de vermaarde Marwig, naamgever des geslachts, Loedwig I de eerste koning der Franken, Dagebrecht I die Friezen en Vlamingen kerstende, Segebrecht III en Loedwig II die de eerste vadsige koningen waren, en Hilderik III de laatste telg van Marwigs geslacht.
Onder nog een beknopte tijdlijn der Merovingische koningen. Koningen wier naam vetgedrukt is, zijn koningen die over één Frankisch rijk heersten in tegenstelling tot latere erfgenamen die slechts over één of meerdere deelrijken heersten zoals Austrasia, Neustria hetzij Burgundia.

Verwijzingen
Gregorius van Tours. (1951). Historiarum libri X (B. Krusch & W. Levison, Eds.). Monumenta Germaniae Historica. (Oorspronkelijk werk uitgegeven ca. 591)
Leuvensteijn, J. A. van, Toorn, M. C. van den, Pijnenburg, W. J. J., & Horst, J. M. van der (Red.). (1997). Geschiedenis van de Nederlandse taal. Amsterdam University Press.
Renswoude, Olivier van. (z.d.). Germaanse namen. Taaldacht. https://taaldacht.nl/germaanse-namen/
Renswoude, Olivier van. (z.d.). Germaanse noemkunst. Taaldacht. https://taaldacht.nl/germaanse-noemkunst/
Renswoude, Olivier van. (2014). Namen van Nederlandse stammen: Salii. Taaldacht. https://taaldacht.nl/2014/01/27/namen-van-nederlandse-stammen-salii/
Willemyns, R. (1994). Taalpolitiek in de Bourgondische tijd, in tijdschrift Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde, blz. 162, geraadpleegd via DBNL (KB, nationale bibliotheek)
