Iets meer dan twee weken geleden nam de Vlaming zijn hoogdag in acht; de Guldensporenslag.
In een vorige beschouwing gingen we kort even in op enkele geschiedkundige wetenswaardigheden waarbij terloops een oorkonde werd vermeld die heden toch onze nadere belangstelling verdient; de op 25 juli 745 uitgevaardigde Felixoorkonde.

Historiciteit
Maar wat is die Felixoorkonde nu eigenlijk? Dat is nu uitgerekend de vraag, want de oorspronkelijke oorkonde heeft de tand des tijds niet doorstaan, hetgeen ons wel overgeleverd is, zijn in werkelijkheid twee afschriften. De geschiedkundige Georges Declercq weet ons te vertellen dat het eerste voorkomt op een stuk perkament dat zich voordoet als de oorspronkelijke oorkonde uit 745. Het tweede afschrift is ingelast in een verhalende bron, met name de Gesta abbatum Sithiensium die de monnik Folkwin aan het einde der tiende eeuw schreef, dit geschiedboek ging op diens beurt verloren in de Franse Omwenteling van 1789.

Gelukkig bleven meerdere afschriften ervan bewaard, maar daar wringt nu juist de schoen aangezien het oorspronkelijke stuk uit 745 niet meer voorhanden is, kan ook niet meer nagekeken worden in hoeverre de vervaardiging der afschriften correct verlopen is.
Met andere woorden hielden de afschrijvers zich trouw aan het oorspronkelijke stuk uit 745?
Slopen er ongemerkt verschrijvingen in de tekst tijdens het afschrijven? Werden er met opzet inhoudelijke aanpassingen aangebracht? Vragen die een antwoord verschuldigd zijn, maar die aantonen hoe betrekkelijk de geschiedkennis in verhouding tot de inhoud van deze oorkonde is, aldus de geschiedkundige en hooglerares Brigitte Meijns.
Deze vragen verdienen afzonderlijk uitvoerig behandeld te worden, doch zullen in dit stuk noch bevestigd noch weerlegd worden, eenieder beslist hierin maar voor zichzelf of men het voor zoete koek aanneemt of er geen spaan van gelooft.

Vlaanderengouw
Of de afschriften nu betrouwbaar zijn of niet, maakt dat ze desalniettemin de vroegste vermelding zouden bevatten van de alombekende Vlaanderengouw; de voorloper van het latere graafschap Vlaanderen. Het Vlaanderen toen moet grotendeels het uitzicht van een uitgestrekt waddengebied hebben gehad, vol slikken en schorren en doorsneden door getijdengeulen en kreken die soms diep in het binnenland doordrongen, maar de gouw besloeg toentertijd slechts de streek tussen de IJzermonding en het Zwin in tegenstelling tot ons huidige gewest. In dit Vlaanderen, waarin zo’n goede eeuw eerder een nieuwe kersteningsgolf aanving, bouwde priester Felix zijn kerkje dat hij bij oorkonde naar de Sint-Bertijnsabdij te Sint-Omaars (Nauw van Kales) overhevelde. De bewuste bewoording leze men onder:

Ego in dei nomine felix praesbiter […] concessi atque delegaui […] cellam meam in loco nuncupante Hrochashem siue Herualdolugo in pago Flandrinse”

In Gods naam, ik, Felix de priester, heb mijn cella in het oord Roksem hetzij Herwoudslo geheten in de Vlaanderengouw overgelaten en overgegeven […]”

Wat de oorkonde zo belangwekkend maakt, is dat ze tot die stukken behoort die de vroegste aanwijzingen en vermeldingen bevatten naar de pagus Flandrensis en Flandrenses, maar ook een inzicht bieden over de kerkelijke en bestuurlijke indeling in dit deel der Nederlanden tijdens de vroege middeleeuwen; de hedendaagse twijfel niettegenstaande.

Een nieuwe hoogdag?
Wat de Vlaming belang zou moeten inboezemen is de mogelijkheid ook deze dag te verheffen tot een algemeen te handhaven hoogdag naast die van de Guldensporenslag wiens belang de gebruikelijke hekelaars wel vaker bespotten gezien het latere graafschap de wijdere Vlaamse Opstand (1297-1305) tegen de Franse koning uiteindelijk ‘verloor’; hetgeen achteraf bezien enigszins correct is, doch wat kort door de bocht. Maar een grondige geschiedenisles zal u bespaard worden.

Het is alsnog stof tot nadenken want op 25 juli 745 ziet de Vlaanderengouw het levenslicht, die gouw groeit algauw uit tot het graafschap en nog niet zo lang geleden ontstond ons Vlaams Gewest zoals we dat vandaag de dag, 1281 jaren later als het ware, kennen.
Zou het niet misstaan deze dag, 25 juli, te verheffen tot een nieuwe feestdag? Niet ter vervanging van 11 juli, maar juist ter aanvulling uiteraard. Ze sluiten ook nog eens mooi op elkander aan, dus laat ons van juli onze maand, een Vlaamse maand, maken.

Verwijzingen
Declercq, G., De schenkingsoorkonde van de cella van Roksem aan de abdij van Sint-Bertijns, in Kunsttijdschrift Vlaanderen 44 (1995), blz. 191, geraadpleegd via DBNL (KB, nationale bibliotheek)
Declercq, G., Vlaanderen en de Vlaanderengouw in de vroege middeleeuwen, in Kunsttijdschrift Vlaanderen 44 (1995), blz. 154, geraadpleegd via DBNL (KB, nationale bibliotheek)
DiBe ID 2564, in Diplomata Belgica. The Diplomatic Sources from the Medieval Southern Low Countries, ed. by ed. by Thérèse de Hemptinne, Jeroen Deploige, Jean-Louis Kupper and Walter Prevenier (Brussels: Royal Historical Commission, since 2015). URL: www.diplomata-belgica.be/charter_details_en.php?dibe_id=1242 (geraadpleegd op 25 juli, 2026).
Krusch, B., Passiones vitaeque sanctorum aevi Merovingici (1902)
Odewijn, Vita S. Eligii (1851) Migne
Meijns, B., Enkele beschouwingen betreffende de oorsprong en de vroegste geschiedenis van de cella in Roksem (8ste-11de eeuw), in Kunsttijdschrift Vlaanderen 44 (1995), blz. 183, geraadpleegd via DBNL (KB, nationale bibliotheek)