Zo kraamde ooit iemand uit waarmee ik een afspraakje had, zo’n viertal jaren geleden, je reinste onzin uiteraard want ik had wel degelijk een Vlaming voor mij zitten… en niet iets anders. En die Vlaming doemt in de oudste geschriften die wij kennen, ongeveer de zevende eeuw, voor het eerst op in de geschiedschrijving.

Het was Odewijn, goede vriend van de kerstenheilige Elooi, die in de levensbeschrijving van dezelve het municipium Flandrense en de Flandrenses gewoeg; de Vlaamse ‘gouw’ en de Vlamingen. Odewijn schreef in de late zevende eeuw dat Elooi bisschop van Vermand, Noyons en Doornik werd gemaakt, wien eveneens de Vlaamse, Gentse en Kortrijkse gouwen onderhorig waren, al waren deze streken overwegend heidens en Eloois zendingswerk nogal wederwaardig.

Dat hoeft weinig te verbazen aangezien Elooi met veel zweet en bloed heiligdommen vernietigde en afgoderij uitroeide, aldus Odewijn. En het zou niet de laatste keer zijn dat Vlamingen zouden moeten opboksen tegen van buitenaf opgedrongen gedachtegoed.

Later nog, halverwege de achtste eeuw, schonk ene Felix op 25 juli 745 bij oorkonde zijn ‘cella’ te Hrochashem […] in pago Flandrinse, thans Roksem (West-Vlaanderen) aan de Sint-Bertijnsabdij te Sint-Omaars (Nauw van Kales). Deze oorkonde geldt evenzeer als een der oudste geschreven stukken waarin het alombekende pagus Flandrensis, de Vlaanderengouw, de intrede doet.

Ofschoon de benaming zoals wij die vandaag begrijpen uiteraard vrij nieuw en onlangs aangemeten is, daar dit vroeger slechts op de streek tussen IJzermonding en Zwin sloeg, werd de naam van een kleine streek allengs overheersend, met als gevolg dat ook Brabanders en Limburgers heden Vlamingen worden genoemd.
En al hebben enkel twee kopieën van die oorspronkelijke oorkonde uit 745 de tand des tijds doorstaan, neemt dat niet weg dat Vlamingen ondertussen al 1281, ja zelfs langer, wel degelijk bestaan.

En mogen zij dat tot het einde der tijden doen!

Bij deze een prettige en zonnige feestdag van de Vlaamse Gemeenschap gewenst!

Verwijzingen
Declercq, G., Vlaanderen en de Vlaanderengouw in de vroege middeleeuwen, in Kunsttijdschrift Vlaanderen 44 (1995), blz. 154
Krusch, B., Passiones vitaeque sanctorum aevi Merovingici (1902)